Chrisvanmarion.com

Op zoek naar geluk op Corsica

met zn allen

Waar in ons drukke leven in de wereldstad Rotterdam volledige rust vaak ver weg is, ga ik deze meivakantie op zoek naar die ultieme rust, een nirwana, pure verlichting zonder het Boeddhisme aan te hangen. Dat is mijn uitdaging. En het is een zware, want op reis mijn hoofd leegmaken moet lukken, maar dit in combinatie met een gezin lijkt een utopie. Een utopie die ik wil ontkrachten.

Op reis

De start van onze reis is allesbehalve nirwana. Het tegenovergestelde zou ik eerder zeggen. En dat is voor iedereen anders, want Mirjam vindt het heerlijk om over de volgelopen snelwegen te rijden en haar blik continu strak tussen de lijnen te houden. Voor mij is het anders. Met de auto naar Zuid-Frankrijk is beter dan met Ryanair vanaf Charleroi vliegen, maar niet veel.

Even doorbijten

Dus een helse tocht ligt ons voor de boeg. We laden de auto maximaal op voor een reis naar Toulon in Zuid-Frankrijk. Daar pakken we de boot naar het eiland Corsica voor een fantastische reis van twee weken. Maar daarvoor moeten we eerst in 15 lange auto-uren heel België en heel Frankrijk doorkruisen.

25 april

Het is 25 april en de Koningsspelen op school zitten er net op. Ik heb geholpen bij een spelletje, waardoor ik de hele ochtend lang groepen met kinderen heb vermaakt. Dus bekaf kom ik thuis om vervolgens binnen een uur te vertrekken. 

Daar gaan we

Iets over tweeën komen de kinderen uit school. Die zit om de hoek, dus in een paar stappen zijn ze thuis. Thuis om weg te gaan. Op reis. En op vrijdagmiddag. Bij Rotterdam starten we met file om vervolgens bij Antwerpen en Brussel ook weer volop stil te staan. 15 uur klonk verschrikkelijk, maar het wordt nog veel langer. ‘s avonds om 22:30 komen we aan bij ons slaapadres waar we een kamer voor vier personen hebben gereserveerd. En we hebben geluk, want er zijn geen vier, maar vijf slaapplekken. Waardoor iedereen een eigen bed heeft. Mirjam vertrekt nog even om de auto op te laden voor de voortzetting van de reis op de volgende dag. De rest van het gezin valt snel in slaap. Het resultaat van 10 uur autorijden. 10 uur lang filerijden. En dat is heel ver voor iemand die een kwartier in de auto al lang vindt. 

Opstaan!

De volgende morgen knalt om zeven uur het alarm uit onze wektelefoon. Het is tijd om te vertrekken, want het langste stuk van de reis ligt nog voor ons. Eerst bezoeken we de bakker voor croissants en stokbrood. Daarna schieten we de Route National op. Dat rijdt lekker door en als alles meezit staan we rond  half vijf op de kade van Toulon. 

Eindelijk in Toulon

Onderweg verandert het landschap langzaam van Hollandse knotwilgen naar mediterrane cipressen. De uren verstrijken en we komen steeds dichter bij onze bestemming, namelijk de boot naar Ajaccio van 20:00 uur. Uiteindelijk schuifelen we om kwart voor zes Toulon binnen. En omdat we om uiterlijk 19:00 uur onze auto de boot in moeten rijden, hebben we nog een uurtje voor de innerlijke mens. Na niet 15, maar 20 uur komt onze tocht naar het zuiden tot een eind. Vannacht slapen we op zee en is onze vakantie begonnen.

Op zee

Aan boord is het op zijn minst bijzonder. Onze hut is heel fijn en ruim. Twee bedden beneden en twee bedden boven. Pepijn slaapt bij Mirjam en zo past het precies. Maar veel mensen aan boord hebben helemaal geen slaapplek. Of die nou allemaal al vergeven waren, of dat het een besparing op het vakantiebudget is, weet ik niet. Maar deze medereizigers zoeken plekjes in de gangen en naast de trappen. Één man pompt een dik tweepersoonsluchtbed op en legt het voor de toiletten omdat daar ruimte is. En daar slapen ze dus. Als zwervers in het gangenstelsel van de Parijse metro. Het contrast is groot met degenen die na goede nachtrust in een hut ook nog een luxe ontbijt in de salon hebben geboekt. En dat was niemand. Niemand zat ’s morgens in het restaurant voor een croissant et jus d’orange. Wij ook niet, want straks gaan we lekker naar een Franse Boulangerie voor verse deegwaren heerlijk ruikende espresso.

bloemeneiland

Île de Beauté is prachtig

We zijn er. Île de Beauté. En we ontbijten bij een bakker die zijn vak meer dan verstaat. We bezoeken de markt voor fruit en we vergissen ons in de prijs van gedroogd fruit. Ons bescheiden zakje kost 25,00. Oeps. Na een bezoek aan de snellader rijden we naar Piana. En dat is gaaf. Dat is iets wat ik nooit eerder heb gezien of ervaren. We rijden over een smalle bergpas tussen hoge rotsen door. Alsof de weg als een canyon is uitgesleten. En de rotsen zijn poreus, het lijken soms stapels stenen die ieder moment in elkaar kunnen storten.

Het is fascinerend en adembenemend tegelijk. We stoppen om foto’s te maken en ons te verwonderen over het landschap. En we stellen ons voor dat het hier nu heel rustig is en dat er in de zomer waarschijnlijk geen verkeer mogelijk is. Want het aantal inhammen om te stoppen is beperkt. Soms is de weg maar een paar meter breed, terwijl het een tweerichtingsweg is. Dus als er dan een zomerse toeristenfile staat, staat het vast. Echt vast. En kan niemand meer voor- of achteruit. Dan schrikken we weer wakker omdat er een grote touringcar met bejaarden voorbij raast. Ja, die willen dit natuurlijk ook zien. Even later zien we in Porto, een mooi havenplaatsje, de bus weer staan. De reizigers zijn uitgestapt en krijgen waarschijnlijk een of twee uur ‘vrij’ om rond te wandelen en souvenirs te kopen. Wij genieten ondertussen van een heerlijke lunch aan deze sprookjesachtige baai.

piana

Slingeren door de bergen

Na Porto rijden we een uur door de bergen met iedere drie seconden een scherpe bocht. Omdat ik achter het stuur zit, raakt de rest al snel wagenziek en word ik gevraagd iets minder max verstappen te rijden. Saai, maar tevreden passagiers zijn ook wat waard. We komen aan in een toeristischgemaakt plaatsje. Want wat maakt zo’n plek nou toeristisch? Pure marketing, of echte inhoud? Ik moet op dit soort momenten altijd denken aan een vallei in Panama waar een vierkante boom stond. De Lonely Planet verrade al dat het natuurlijk niet om een volledig vierkante boom ging, maar om een normale ronde boom die een beetje is afgevlakt waardoor hij met veel fantasie vierkant zou kunnen lijken. Hoe dan ook, mensen kwamen erop af om dit wonder te zien. Nou, dit dorpje dus, bevat een aantal toeristenwinkeltjes en een kerk. Ook ligt het in een mooie baai. Maar is dat genoeg om bijzonder te zijn? Het verschil met andere 13-in-dozijn-dorpjes is dat dit dorpje in de boekjes staat. En dus komen er toeristen en dus zijn er toeristenwinkels en dus is het een toeristische trekpleister. Het lijkt om een visueuze circel.

uitzicht op corsica
uitzicht op corsica

La Pinede in Calvi

Hier op Corsica hebben we 5 bestemmingen. Het noodzakelijke Ajaccio, omdat de boot daar aanmeert. De parel aan zee die Calvi heet. De oude hoofdstad Corte, in het hart van het eiland. De mooie havenplaats Porto Vechio. En het op de kliffen gebouwde Bonifacio. We logeren op camping La Pinede dat heel mooi aan de baai ligt. Hoewel ik iedere dag naar strand wil, willen de kinderen liever naar het verwarmde zwembad. Toch wandelen we met het hele gezin het lange zandstrand af, dat als een dunne maan langs de blauwe baai ligt. En aan het eind van het strand ligt Calvi, het mooie stadje met de citadel die op de kliffen boven de baai uit torent. Bij de eerste de beste bakker schuiven we aan, want Pepijn heeft voor ons gebakjes besteld. Hij is jarig. En hoewel de zeven kaarsjes ontbreken, zingen we hard, is het erg feestelijk en lekker.

De trein naar L’Île-Rousse

Ik keek enorm uit naar het kusttreintje van Calvi naar L’Île-Rousse. Niet alleen vanwege het treintje, maar ook omdat het dorpje zo uitzonderlijk mooi zou zijn. Zo mooi dat onze reis door Corsica niet compleet zou zijn, of zelfs mislukt, zonder een bezoek aan dit dorp. Nou, dat viel nogal mee. Na een erg leuk bezoek aan een koekjesbakkerij en een heerlijke lunch op het strand, hebben we het hier wel weer gezien en nemen we de trein terug. De trein die pardoes ons stationnetje voorbij rijdt. We roepen de conducteur en die zegt in zijn beste Frans dat we bij het instappen even hadden moeten zeggen bij welk station we uit wilden stappen. Want de trein stopt niet overal. Vanaf de volgende halte is het gelukkig maar een korte wandeling terug naar de camping en het verwarmde zwembad voor de kinderen.

top bereikt

Bergwandeling naar D’occi

Boven op de berg ligt D’occi, een ruïnedorp dat, nadat de laatste inwoner 100 jaar geleden overleed, niet meer bewoond wordt. Met het hele gezin maken we een ongelooflijk mooie wandeling de berg op. Langs de ‘grote steen’, waar we een korte fotosessie doen. En dan door naar het dorp. Daar genieten we van een zelfmeegenomen lunch met uitzicht. Natuurlijk zelfmeegenomen, want het is een ruïnedorp. Het mooiste aan deze wandeling is misschien wel de race naar beneden. Want dat liep stijl en met Pepijn deed ik een wedstrijd. Eerst ook met Anna, maar die stelde een groot pakket aan eisen en regels wat eigenlijk betekende dat zij voorop moest lopen en niemand haar in mocht halen. Maar ja, zo werkt het niet. Dus we sjeesden haar al snel voorbij wat resulteerde in de nodige schreeuwen en tranen.

vissen in het water

Het mooiste strand van Corsica

Dan is het tijd om te gaan. Op zoek naar geluk reizen we naar Corte. De oude hoofdstad van toen Corsica nog onafhankelijk was. Een universiteitsstad in het hart van het land. Prachtig liggend tussen de hoge, zelfs besneeuwde bergen. Onderweg stoppen we op één van de mooiste stranden van Corsica, volgens de boekjes. Hier kunnen we niet met de auto komen en moeten we eerst een stuk omhoog klimmen en daarna flink afdalen. Alleen komen we niet op het strand uit. De rotsten waarover we afdalen eindigen in zee. En het strand begint pas een meter of tien verderop. Er zit maar één ding op. We trekken onze kleren uit en waden door het water. Het komt bij mij tot de borst, dus het is best diep. Maud pakt de schoolslag naar de overkant en pepijn mag op mijn schouders. Anna probeert het, maar vindt het water te koud waardoor ik als een veerpont nog een keer heen-en-weer mag om ook Anna op te halen. Maar dan zijn we er. Op het mooiste strand waar verderop zelfs paarden staan. Geen wilde, maar de rijdieren van een groep mensen dat hier te paard is gearriveerd.

mooi corsica
mooi corsica

4 gelukspunten

Voor de terugweg blijkt er ook een pad door de bossen te lopen waar het water ondiep en doorwaadbaar is. Daarna nog een brug over een breed stuk water met grote vissen die het door ons gegooide brood niet lijken te lusten en dan rechtdoor naar de weg waar de parkeerplaats is. We hadden het ons moeilijker gemaakt dan nodig was, maar juist die oversteek door het water was een erg leuk geluksmoment en leverde makkelijk 4 gelukspunten op. 

Venaco

Venaco

We arriveren aan het einde van de middag in Venaco, waar we een klein huisje huren. In dit bergdorpje eten we ’s avonds in het restaurant. Lekker overzichtelijk: één dorp, één restaurant, één bakker en één kruidenier. In het restaurant zien we ongeveer het hele dorp. Iedereen komt daar aan met van die typische Franse auto’s vol deuken en krassen die ze overal langs de weg parkeren. Zelfs in de krapste hoekjes past een auto en we snappen meteen waar die deuken en krassen vandaan komen.

klimmen

Klimmen met handen en voeten

De volgende ochtend gaan we echt de bergen in. D’occi lag mooi op een berg, maar vandaag klimmen we echt. Inderdaad, klimmen. Niet alleen lopen, maar echt klimmen met handen en voeten. Ik ga als laatste om eventueel vallende kinderen op te kunnen vangen. Maar ze vielen niet, want ze zijn zo handig. Wat een geluksmoment is dat, omdat die kleine klimgeitjes zo gemakkelijk de rots opklimmen. Ondanks het ik-wil-niet-wandelen-gezeur van vanmorgen vind ik het samen bereiken van de top toch twee extra gelukspunten waard.

Spelen met een bal

Geluk hangt vaak af van sociale contacten. Met het gezin is dat natuurlijk heel leuk. Maar nog leuker is het om met wijkgenoten van Katendrecht, die hier in Corte toevallig in de buurt zijn, de hele middag op het terras te zitten. De kinderen spelen met elkaar en een bal in de smalle, zeker niet autovrije straatjes van het stadje. En bij hun spel moet ik denken aan de briljante jaren ’90 film Waynes World. Waarbij ze straathockey spelen op straat en iedere keer als een een auto aankomt ‘Car!’ roepen en snel allebei een doeltje op de stoep parkeren. ‘Game on!’ schreeuwen ze elkaar toe als de auto gepasseerd en de weg weer vrij is.

volleybal
volleybal

Door een wolk richting de Tyrreense zee

Dan is het tijd om de bergen achter ons te laten en het lange zandstrand aan de oostkust op te zoeken en de Tyrreense Zee te zien. Maar dat doen we niet voordat we nog een kleine wandeling naar een waterval en een zwemmeertje hoog in de bergen hebben gemaakt. Met de auto volgen we de smalle bergwegen. Onderweg regent het en bij aankomst boven op de berg staan we met de ruitenwissers op maximaal letterlijk in een enorme wolk. We ontdekken dat je op een wolk niet kunt staan. Dat is dus een fabel. De wolk sluit zich om de auto en ontneemt ons het zicht. We stappen toch uit en voelen dat de regen waterkoud is. Er zit maar één ding op. Met piepende banden, slippende banden, wegwezen en richting de kust rijden. Dat is precies wat we doen. Iets te vroeg voor onze afspraak op de camping die letterlijk direct aan zee ligt, nemen we vast een duik in het zwembad. Op het moment dat de door ons gehuurde villa klaar is blijkt dat de villa uit de reclamefolder meer een zeer klein rijtjeshuis met beperkte inrichting is. Dat wisten we natuurlijk al, we zijn niet nieuw hier, maar toch is het raar. Dat een rijtjeshuisje van 50 m2 wordt verhuurd als ‘villa’ en iedereen dit normaal vindt.

De grote dalmuti

’s avonds ontstaat er een heel mooi geluksmomentje als we het spel ‘De grote Dalmuti spelen’. Anna kan niet zo goed tegen haar verlies en dat is heel zacht en diplomatiek uitgedrukt. Als alleen Anna en Pepijn nog in het spel zitten en Pepijn aan de beurt is, legt hij een kaart op die Anna de beurt geeft en ze kan uitspelen. Pepijn verliest onnodig het spel en moet de volgende ronde op de laatste plaats beginnen. Onnodig? Hij nam expres zijn verlies omdat Anna anders zou gaan huilen. Is dat lief? Ja, dat is heel lief. Het levert me makkelijk 3 gelukspunten op. Vooral omdat Pepijn met zoveel plezier verder speelt en dankzij zijn bravoure in de volgende ronde weer keurig wint en een paar plekken opschuift.

Espresso met croissant

Dan is het ochtend en komt voor mij het fijnste geluksmomentje dat me warme herinneringen geeft aan die zomer in Venetie. Op blote voeten naar het strand, daar een espresso en een croissant bestellen en plaatsnemen aan de vloedlijn terwijl de ochtendzon het zand verwarmt. Waartoe zijn we op aarde? Hiervoor! 4 dikke gelukspunten.

Terwijl Pepijn al slaapt spelen de meisjes samen een spelletje. Samen. Een spelletje. Anna verliest en vindt dat niet erg. Wat er precies gebeurt en wat er in het eten zat is onduidelijk. Maar die twee zo samen zien is ook puur geluk. Puur geluk in een waardeloze villa. Morgen vertrekken we naar onze 4e bestemming, Porto Vechio.

zonsondergang

Santa Giulia

Het strand van Santa Giulia is volgens de reisgidsen vechten voor je plekje, zo druk is het hier aan een van de mooiste baaien van Corsica. Maar wij zijn hier begin mei en het is superlaagseizoen. Qua geluk spreekt dit me wel aan. Weinig mensen, terwijl ik op dat mooie strand zit. Aan de andere kant is het nog een beetje koud. Het water lijkt gevuld met ijsklontjes, de zon verdwijnt soms even achter de wolken en het waait. Vooral dat laatste is niet bevordelijk voor mijn geluksgevoel. Maar een overvol strand ook niet. Dus op voorwaarde dat de wolken wegblijven kies ik voor het laagseizoen en geniet ik van deze mooie baai, het witte zand en het heldere water. En weet ik, dat als ik dat echt zou willen, ik gewoon een waterfiets zou kunnen huren…

Jimny

In Bosnië zag ik ze afgelopen zomer voor het eerst, de Suzuki Jimny. Een compacte fourweeldrive met een lief uiterlijk. In Nederland worden ze door de hoge bpm nauwelijks verkocht. Maar hier op Corsica rijden er heel veel rond. Zeker met een daktent zijn ze Supercool. En ik zou er graag een rijden. Maar ja, ik woon in Nederland en daar heb je op onze geplaveide wegen echt niks aan een 4×4.

Bonifacio

Bonifacio is de vijfde en laatste plek die we bezoeken. Gewoon een middagje omdat Mirjam de hele ochtend was gaan hardlopen. Dit stadje is gebouwd op hoge kliffen. Dat merk je nauwelijks, totdat we bij een winkel uit het achterraam kijken. Daar ligt de zee en verderop Sardinië. Driedubbele wauw! 

onbewoond eiland
onbewoond eiland

Overleven op een onbewoond eiland

We nemen een boot naar een onbewoond eiland. Anna heeft project Robinson op school, dus die kan ons wel helpen met overleven. Dachten we… maar Varese is een rotseiland met alleen lage bosjes en bloemen. Geen bomen, geen zoetwaterbron, er groeit geeneens wilde mais. Zelfs Anna kan ons niet verder helpen. Gelukkig hebben we broodjes en water bij ons. En twee flesjes bier alsof het een eerste levensbehoefte is. Tussen de rotsen liggen strandjes waar we helemaal alleen zijn en de kinderen in het zand spelen. Dat is wel echt geluk. Ondertussen eten we met meeuwen op de loer voorzichtig onze broodjes. Vorig jaar in Cornwall pikte een meeuw op het Engelse strand bij Maud een stuk brood uit haar hand. Dus we zijn zowel gewaarschuwd als door de wol geverfd. 

Aangevallen door wilde dieren

Terwijl we naar het volgende zandstrandje tussen de rotsen wandelen, krijg ik nog een serieuze aanval van een meeuw te verduren. Karel met de houten poot, dachten we even. Maar het is hem niet. Op het moment dat we doorlopen stoppen de aanvallen van laag overvliegen en snerpend schreeuwen. Waarschijnlijk lagen daar in een pan of op een bord een paar eieren van leentje de meisjesmeeuw. En hoewel de aanvallen kwaadaardig aanvoelden, was het ook mooi. Want dit is de natuur. Dit is een onbewoond eiland, waar de dieren zich niet schikken naar de mens, maar hun territorium verdedigen. Ook als er oppermachtige Homo Sapiens op het eiland de rust komen verstoren. Mooi hè! Uw wilt ongerepte natuur? Dan krijgt u ongerepte natuur! Gelukkig zitten er geen wolven. Aangevallen worden door een meeuw is gewoon een 1/2 gelukspunt.

In 14 uur naar huis

Dan is het tijd om naar huis te gaan. Onze reis zit er bijna op en de kinderen mogen maandag weer naar school. Bijna, want we moeten nog met de auto. Met zichtbare tegenzin stap ik in om ’s morgens vroeg de boot af te rijden en de snelweg naar huis te nemen. En wat blijkt? Op het moment dat het meezit als je het niet verwacht, is het geluk het grootst. Slechts 14 uur duurt de autorit naar huis. Onderweg hebben we geen enkele file hoeven trotseren. En we hebben zelfs nog tijd om in de buurt van Brussel te stoppen voor echte Vlaamse frieten.

Meer uit deze categorie:

Blois

Blois

Ken je Blois? Het stadje ligt tussen Tours en Orleans en is meer dan 1.000 jaar oud. Kronkelende straatjes en trappen brengen je omhoog en omlaag tussen de oude gebouwen door. Want Blois ligt op een hevel aan de oever van mijn Franse lievelingsrivier, de Loire.

Lees verder
img 2467

Surfkamp

Peddelen, peddelen, peddelen. Handen onder je borst. Opdrukken. Rechter voet op de plank. Linkervoet op de plank. Handen los. En surfen. Een stapje naar voren voor meer snelheid. Iets naar rechts om te sturen. En… spring en draai om andersom op je bord terecht te komen. Dat is een 180!

Lees verder