We zijn een week in Bosnië en ik begin me hier al aardig thuis te voelen. En het land te begrijpen. Gisteren gingen we met het gezin op jeepsafari. Tijdens de boeiende rit door de bergen kregen we een indrukwekkend college Bonische cultuur en staatkundige inrichting. Samenvattend: de regering is corrupt en vakantie betekent voor de meeste Bosniërs met een bbq aan een meer of een rivier zitten, bier drinken en watermeloen eten. Overzichtelijk, nietwaar?
Van bergen naar vlaktes en van bos naar grasland
De jeepsafari ging over de hoge bergtoppen en langs verlaten bergdorpen. Veel mensen trekken weg uit Bosnië. En zeker uit de dorpen die ver van de bewoonde wereld liggen. We genieten van het uitzicht op ‘ons’ meer, Boračko jezero, en de magnifieke natuur die steeds weer verandert. Van bergen naar vlaktes en van bos naar grasland. We stoppen nog even bij een klein meer om stenen te gooien. En we bezoeken oude graven van de Bogomieten. Een van de eerste religieuze bewegingen in Europa en volgens onze gids een soort GroenLinks avant la lettre.
Watermeloen
Twee dagen eerder deden we een dagje op de rivier. We gingen met twee kano’s stroomafwaarts. Onderweg aten we naar goed Bosnisch gebruik in een recordtijd een volledige watermeloen. Verder kan ik er weinig over vertellen. Je had erbij moeten zijn








Toen er nog engelen op aarde waren
Het is een mooie legende. Een legende uit de tijd dat er nog engelen op aarde waren. En die ze hier nog steeds van ouder op kind doorvertellen.
De engel bezocht het dorp dat niet heel goed bekend stond. Hij klopte aan bij alle huizen om te vragen naar iets te eten en een slaapplaats. Maar niemand bood hem wat hij nodig had. Tot het laatste huis. Eigenlijk zinloos om aan te kloppen, want de vrouw die hier woonde had helemaal niets. Ze was zo arm dat ze brood bakte van paardenpoep.
Maar de vrouw deed open en bood de vreemdeling onderdak aan. “Iets te eten kan ik je helaas niet bieden”, zei ze. “Nou”, zei de vreemdeling, “ik ruik anders dat er heerlijk gebakken brood in de oven staat”. “Houdt hij me nou voor de gek?” Dacht de vrouw. Toch opende ze de oven en daar lag inderdaad het lekkerste brood dat ze ooit gegeten had.
De engel vertelde haar dat het dorp slecht was en dat het zou verdwijnen. Maar dat zij de enige was die wel goed was. En daarom vroeg hij haar de volgende ochtend te paard te vertrekken. Samen met haar kinderen en haar schamele bezittingen. Dat deed ze.
Ze stichtte de stad Konjic, verderop aan de rivier. En toen ze later vanaf de berg terugkeek naar wat er van haar oude dorp geworden was, zag ze Boračko jezero. Het meer waar wij vandaag lekker in de zon liggen en in het water plonzen. Maar op de bodem zouden weleens de sporen van een oud dorp kunnen liggen.

