We vragen onze chauffeur, die ons naar Frederiksdorp brengt, wat nou een echte Surinamer is. “Een echte Surinamer is gemixt” zegt hij. En ik denk dat dat ook zo is. Want wat is het toch een bijzonder land, waar zoveel religies, afkomsten en culturen samenwonen in één land. En voor de echte Surinaamse cultuur geldt denk ik hetzelfde als wat voor de mensen geldt. Die is gemixt.
Jules Wijdenboschbrug
Over de 54 meter hoge Jules Wijdenboschbrug steken we de Surinamerivier over. Rechts zie ik de extreem brede en machtige rivier. Links een half gezonken Duits vrachtschip dat al sinds de jaren ‘40 op een zandbank in de rivier ligt. Maar hij ligt niet in de weg, dus is het prima zo.
Frederiksdorp
Daarna steken we per boot de Commewijnerivier over om bij plantage resort Frederiksdorp te komen. We krijgen een rondleiding met het bekende verhaal over wreedheden uit vroeger tijden Dan ploffen we neer bij het zwembad en vragen ons af waarom hier ooit meer dan 1000 plantages waren die de beste cacao, koffie, katoen en suiker verbouwden en exporteerden. En er vandaag helemaal niks meer wordt verbouwd, terwijl het hier nog steeds net zo goed zou groeien. We komen er niet uit en besluiten een fiets te huren. Ik bedoel: 3 fietsen.
Een paraplu
Na een tropische bui durven we het aan en bestijgen we onze stalen rossen. We rijden naar een klein dorpje even verderop. Daar wil ik een kleine paraplu kopen bij de Chinees, maar helaas is zijn assortiment beperkt en bevat het al helemaal geen paraplu’s of poncho’s.
Dan ontmoeten we de baas
Dan begint het opnieuw te regenen, het is hier in Suriname de kleine regentijd, dus we schuilen met een #djogo op de overdekte steiger. Daar ontmoeten we de zelfverklaarde baas van het dorp. Hij is eigenaar van de steiger, de winkel, het eethuis en de appartementen. De mensen zijn hier heel gastvrij en maken gemakkelijk een praatje. Hij ook, maar hij lacht ons wel eerst even uit omdat we bier drinken tijdens de regenbui. Surinamers drinken dan namelijk koffie of thee. Weten wij veel. Toen we eerder op de dag in de bar koffie bestelden werden we nog uitgelachen omdat het veel te heet was voor koffie en we bier zouden moeten drinken.
We gaan het moeras op
Ook ontmoeten we Ronan en hij kan voor ons wel een boottocht naar het zwampbos regelen. Dat is het moeras dat zich achter de plantages uitstrekt tot aan de Atlantische kust. Om 18:00 uur staan we keurig op de afgesproken plek bij de sluis. Maar geen boot. Na 10 minuten lopen we naar de overdekte steiger waar de baas van het dorp wel even zou bellen. ‘Met de politie’, zegt hij als er wordt opgenomen. Waarna ze in lachen uitbarsten. ‘De boot komt eraan’, zegt hij als ie heeft opgehangen. Zo is het toch maar handig om hier vrienden te maken.
Tot zover deel 1…







